Mijn lichaam is het huis waarin ik woon. Het is mijn scheppende bewustzijn dat dit huis heeft gebouwd. Mijn fysieke levenshuis is de tastbare en zichtbare versie van wie ik eigenlijk ben. Van dat huis ben ik de huismeester. Alleen ikzelf heb er de verantwoordelijkheid voor. Ik zorg dus dat de muren stevig blijven, dat het dak niet gaat lekken en dat het een schoon en opgeruimd huis is. Doe ik dat niet, is het binnen de kortste keren een bouwval. Ik voel me dan onveilig, afhankelijk, zwak of ziek en ik kan alleen nog maar denken aan mijn krakkemikkige huis, dat op instorten staat. Niet langer ben ik dan de baas in huis, maar regeren de spinnen en de ratten, de wind en het water.
Je huis schoon en op orde houden is intensief werk. Dat is iets waar je geen moment in kunt verslappen. Wanneer ik dag in dag uit bewust zorg draag voor mijn huis, zowel voor de buitenkant als de binnenkant, voel ik me veel veiliger en krachtiger. Maar ik ervaar dan ook veel meer leegte. Ik besef dat die leegte kansen biedt. De leegte is nieuwe ruimte. Ruimte voor meer dan materie, ruimte voor gezelschap. In de stilte van de ruimte hoor ik opeens de zachte maar indringende klop op de deur. Er is iemand die graag samen met mij de ruimte van mijn huis wil vullen. En ik weet dat ik altijd al uitgekeken heb naar de komst van deze gast.
Nadat ik de deur geopend heb, vallen we elkaar in de armen. Mijn bezoeker en ik. Eindelijk is het zover. Ik herken mijn gast direct. Hij is mijn spiegelbeeld. Ik ben het Zelf. Hij is mijn geheelde ik, mijn volmaakte zelf, mijn getransformeerde bewustzijn, de ‘heilige geest’ in mij. Hij is mijn onveranderlijke en eeuwige ik, de universele meester. Alles waar mijn verlangende ik naar uitkeek, wordt door mijn binnengekomen gast meer dan royaal vervuld. Zodra ik hem in de armen sluit, zie ik dat hij mijn hele huis verlicht. Ik hoef geen zwabber meer te gebruiken, want zijn aanwezigheid alleen al zorgt ervoor dat er geen hoekje in huis meer vies is.
Bevrijd uit het levensrad
Hij geeft me oneindige kracht. Hij laat me dansen. Hij maakt me vrijer dan ooit. Hij geeft me inzicht in de waarheid. De waarheid van mijn leven en de zin ervan. Als mijn onveranderlijke en altijd aanwezige ik. Hij verbindt mij met mezelf, zodat ik kan zeggen: ik ben die ik ben. En hij verbindt mij met alles en iedereen buiten mij, zodat ik kan zeggen: ik ben jou en jij bent mij. Ik wil dat hij altijd bij me blijft wonen. Wat hou ik van hem! Mijn hele huis wordt door hem verlicht. Het kan daar onmogelijk weer donker worden.
Vroeger keek ik naar de hemel en verwachtte ik mijn grote bevrijder op de wolken. Maar ik zou kunnen wachten tot St. Juttemis om hem daar tegen te komen. Zonder dat ik het merkte, stond hij al de hele tijd op de deur van mijn huis te kloppen. Het zij me vergeven. Al mijn tekortkomingen en onwetendheid zijn vergeeflijk. Maar nu ik wel weet heb van mijn volmaakte ik, is het pas echt zonde om hem niet te verwelkomen en zo mijn grootste kracht niet te leren kennen. Dit is wat Jezus noemt de ‘zonde tegen de heilige geest’. En deze is volgens hem onvergeeflijk. Zolang ik mijn volmaakte zelf niet vind, blijf ik namelijk eindeloos reïncarneren in de onderwereld op aarde. Ik kom geen steek verder met mijn leven. Dan blijf ik ieder jaar het Kerstfeest vieren, het feest van mijn geboorte in een menselijke huid. En dat is prima. Maar ik kom nooit toe aan het feest van mijn volgroeide, volwassen zelf, het Pinksterfeest.
Kerst kan niet zonder Pasen en Pinksteren. Ik ben het kerstkind en ik ben de messias. Kerst is nog maar het begin. Dit feest markeert de bouw van mijn huis op aarde. Het is een leerhuis. Dat huis moet ik onderhouden, zodat het licht aan kan. Dan wordt het een lichthuis. Zodra ik mijn volmaakte ik heb gevonden, dat mijn hele huis in bezit neemt en verlicht, doorbreek ik het eindeloos draaiende rad van geboorte, leven en dood waarin ik gevangen zat. Ik hoef niet weer opnieuw te beginnen en zal niet meer reïncarneren. Ik heb mezelf daarvan bevrijd. Want als schepper van mijn fysieke vorm werd ik mens in de aardse onderwereld, om als mens tot een nieuw en hoger bewustzijn te komen in de vrijheid van de hemelse ruimte.
© Anthonie

Wauw Anthonie wat prachtig gesproken, wat ontzettend rijk ben je dan als je dit mag ervaren en bereiken.
Het inspireert me en tegelijkertijd herinnert het me.
Dank je wel
Wat mooi omschreven , Anthonie! Prachtige symboliek!
Jouw uiterlijke huis, vormgegeven en gebouwd door jouw fysieke ik en jouw innerlijk huis, waarin je jouw hogere Zelf uitnodigt als gast, maar vooral als huisgenoot. In de stilte… de leegte… vind je hem overal in jouw innerlijk huis. Hij helpt jou ook het leven, d e geest te brengen in jouw innerlijke, maar ook jouw uiterlijke huis, jouw fysieke ik. Hij leert jou om van binnen naar buiten te leven ; van buiten naar binnen zie je slechts een façade… een schijn van degene die je in wezen wordt uitgenodigd hier op aarde te -mogen- zijn…
Zou mijn zoon daarom altijd “Vrolijk Kerst en Pasen” gezegd hebben? Ik vond het altijd heel grappig klinken, maar het zou mij niet verbazen dat hij het (on)bewust zo benoemde.