Home

De drie zaadjes

17 februari 2026

Ken je de parabel van de drie zaadjes? Er lagen eens drie zaadjes in de donkere aarde. Ze lagen zij aan zij, als drie vrienden op een badlaken op het strand, met grootse plannen en een lichte neiging tot piekeren.

Het eerste zaadje

Het eerste zaadje kuchte eens en zei hoopvol: ‘Jongens, ik voel het kriebelen. Ik wil groeien! Ik wil mijn wortels diep de aarde in sturen, ook al is het daar donker. Ik wil mij door die zware kluiten heen wringen, mijn kop boven de grond steken en mij laten begroeten door de zon. Ik wil bloeien, wiegen in de wind en de dauw voelen op mijn blaadjes. Weet je, ik wil gewoon leven!’ 

Het levenslustige zaadje zei niets meer. Het begón eenvoudigweg. Een worteltje naar beneden. Een sprietje omhoog. Het kraakte wat, het wrong zich door de aarde, het voelde druk en weerstand, maar ook warmte. En toen, op een ochtend, brak het eindelijk door het oppervlak. De zon streelde z’n jonge blaadjes. De wind leerde het buigen zonder te breken. De regen doopte het zonder het te verdrinken. Het werd een stevige plant, niet ondanks maar dankzij de elementen.

Het tweede zaadje

Het tweede zaadje huiverde: ‘Donker? Wortels uitstrekken? Door aarde heen breken? Dat lijkt me erg riskant! Stel dat er een steen ligt. Of een worm met slechte bedoelingen. En boven de grond? Daar loert van alles! Slakken! Regen! Misschien zelfs een kind met plukneigingen! Nee hoor, ik wacht tot alles veilig is. Zekerheid gaat voor alles.’ Het tweede zaadje wachtte en wachtte. Het wikte en het woog. Het analyseerde alle risico’s en het maakte lijstjes. ’Eerst absolute veiligheid,’ mompelde het. 

Maar de aarde is geen wachtkamer. Op een ochtend kwam er een kip voorbij. Een kip met een gezonde eetlust en nul existentiële vragen. Een ordinaire, maar uiterst doelgerichte kip. Ze scharrelde wat en vond toevallig het keurig intact gebleven zaadje. ‘Aha,’ dacht de kip, ‘mijn ontbijt!’ En daarmee was het zaadje veilig. Voor altijd. Het was nooit gekwetst en het had ook nooit echt geleefd.

Het derde zaadje

Het derde zaadje had haast. ‘Ik voel kracht! Ik voel potentie: wat heb ik veel mogelijkheden! Laat ik ze direct uitproberen. Ik kan niet wachten. Waarom zou ik klein beginnen? Ik wil nú een grote plant zijn! Bloemen, vruchten en applaus van de bijen!’ 

Nog voordat haar wortels diep genoeg houvast hadden gevonden, schoot het derde zaadje omhoog. Het brak door de aarde met spectaculaire bravoure. Het zwaaide met tere blaadjes alsof het al een eik was. Boven de grond liepen echter ook wat figuren rond die dol waren op snelle groei. Ze droegen blinkende beloftes in hun zakken. ‘Kom maar,’ zeiden ze. ‘Wij maken jou in één seizoen beroemd. Groeien is voor slakken. Jij bent bijzonder. Jij hoeft niet te wortelen. Jij moet schitteren!’

Het zaadje voelde zich gezien. Het liet zich optillen, ondersteunen, omwikkelen met kunstmatige warmte en opgeblazen woorden. Maar haar stengel was nog dun, haar kern nog te pril en haar knop nog te jong. En onder de druk van te veel zon, te veel aandacht en te weinig wortel brak haar knop. Niet door de storm, maar door overspannen verwachtingen. Het zaadje werd geen plant. Het werd een voorbeeld.

Hoe groei jij?

Angst verhindert je groei. Overhaasting vervormt je groei. Alleen geduldige moed voltooit je groei. Of, eenvoudiger gezegd: Wie niet durft, wordt opgegeten. Wie te snel wil, breekt. Wie wortelt, bloeit. In welk van de drie zaadjes herken jij jezelf?

© Anthonie Roose