Stel je voor dat alles in jou tot stilstand komt. Geen stormachtige gevoelens. Geen innerlijke onrust. Geen gedachten die aan je trekken. Alsof de wind even is gaan liggen in je lichaam, in je emoties, in je hoofd. Dat is waar het visioen van Openbaring 7 begint.
Vier engelen houden de vier winden tegen. Symbolisch betekent dit: jouw fysieke lichaam, je emoties, je gedachten en je levensenergie komen tot rust. Niet door ze te onderdrukken, maar door ze te beheersen. Er is geen sprake van spanning, maar van een diepe, levende stilte…
Soms heb je zo’n moment waarop je jezelf betrapt. Je zegt iets stoers en even later trek je je terug. Je belooft trouw, maar je kiest toch voor veiligheid. Je wilt het goede doen en je merkt dat er iets in je is dat het saboteert. Herken je dat? In de verhalen rond Jezus Christus kom je twee van die krachten tegen in hun meest pure vorm: Simon Petrus en Judas Iskariot. De één is luid, emotioneel en overtuigd van zijn trouw, tot het erop aankomt. De ander is scherp, berekenend en doelgericht, maar hij mist de kern. Weet je dat ze allebei in jou leven?
In mijn boek Ik ben het zelf! vertel ik hoe het Evangelie van Johannes en de Openbaring van Johannes thematisch parallel lopen: hoofdstuk voor hoofdstuk, laag voor laag. Wat zich uiterlijk afspeelt in visioenen en verhalen, voltrekt zich innerlijk in ons bewustzijn. Een van de meest indringende spiegels vind je in hoofdstuk 13 van beide boeken. In Openbaring verschijnen daar twee beesten: het beest uit de zee en het beest uit de aarde. Deze komen overeen met de twee hoofdrolspelers uit Johannes 13 Petrus en Judas.
Er zijn van die zinnen die zo vaak herhaald zijn dat ze als vanzelf waar lijken. Zoals een liedje dat je nooit mooi vond, maar dat na duizend keer toch in je hoofd blijft hangen. ‘Jezus is gestorven voor jouw zonden’: dat klinkt warm, bijna troostend. Maar als je het voorzichtig uitpakt, laag voor laag, blijkt het minder een geschenk en meer een psychologische tijdbom.
Stel je voor dat je een kind bent. Je zit aan tafel je boterham met hagelslag te eten. En iemand zegt: ‘Jezus is je beste vriend.’ Je wordt er warm van. Maar dan komt het tweede deel, vaak subtiel verpakt: ‘Hij moest sterven… door jou.’ Je verslikt je bijna in die hagelslag. Wacht even. Ik? Ben ik nu een moordenaar? Maar ik heb nog niet eens iets gedaan. Ik heb alleen gisteren een snoepje gepikt en mijn zus geplaagd.