Goede Vrijdag is misschien wel het meest ongemakkelijke moment uit het Evangelie. Niet alleen vanwege het lijden, maar ook vanwege de confrontatie die eraan voorafgaat: die tussen Jezus en Pontius Pilatus. Het is geen botsing tussen goed en kwaad in eenvoudige zin, maar een veel subtieler, pijnlijker spanningsveld: dat tussen waarheid en macht, tussen innerlijk weten en politiek opportunisme.
Pilatus is geen karikatuur van een slechterik. Integendeel, hij lijkt bijna sympathiek. Hij twijfelt. Hij ziet dat Jezus onschuldig is. Hij zoekt naar een uitweg. Maar daarin ligt juist zijn tragiek. Want ondanks zijn inzicht kiest hij niet voor de waarheid, maar voor het behoud van zijn positie, terwijl hij zijn handen wast in onschuld. Onder druk van de massa, die opvallend genoeg vaak precies die leiders krijgt die zij verdient, laat hij Jezus geselen. ‘Hoc est corpus meum, sub Pontio Pilato passus est’, het kerklatijn dat in de volksmond verbasterd is tot ‘Hocus pocus, Pilatus pas’: ‘Dit is mijn lichaam, dat geleden heeft onder Pontius Pilatus’. Het zijn de woorden van ieder mens die lijdt onder staatsterreur.
‘Wat is waarheid?’
Die geseling is door Mel Gibson in The Passion of the Christ op indringende wijze verbeeld. Voor sommigen werd deze film een openbaring van goddelijke liefde en er waren heel wat mensen die zich erdoor bekeerden tot het christendom. Voor anderen, waaronder ikzelf, riep het vooral afschuw op. Het idee dat dit extreme geweld noodzakelijk zou zijn om liefde te tonen, voelt op zijn minst problematisch. Het klopt niet. Het schuurt. Het wringt. Net zoals ik er niet bij kan dat er ‘wakkere’ mensen zijn die oprecht denken dat we een liefdevolle wereld krijgen dankzij het tirannieke, gewelddadige, leugenachtige en kleptomane optreden van de ‘Messias’ uit Mar-a-Lago…
Pilatus stelt een vraag die door de eeuwen heen blijft echoën: ‘Wat is waarheid?’ Het klinkt niet als een oprechte zoektocht, maar eerder als vermoeid relativisme. Alsof hij wil zeggen: waarheid is buigzaam, altijd afhankelijk van omstandigheden. En in zijn wereld, de politieke wereld, is dat natuurlijk ook zo. Waarheid wordt daar zelden of nooit gevolgd. Ze wordt gebruikt, verdraaid of genegeerd, afhankelijk van wat nodig is om de macht te behouden. Jezus daarentegen spreekt over een ánder koninkrijk. Dat is geen politiek rijk of systeem, maar een innerlijke werkelijkheid. ‘Ben jij de Koning der Joden?’ vraagt Pilatus aan Jezus. ‘Mijn koninkrijk is niet van deze wereld,’ antwoordt hij. Dat is geen ontsnapping aan de rauwe realiteit, maar juist een diepere bevestiging ervan. Hij wijst op een dimensie waarin waarheid niet onderhandelbaar is, omdat zij voortkomt uit bewustzijn zelf. Het bewustzijn dat weet: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.’
Wat is de echte illusie?
In dat licht krijgt ook het idee van het ego een andere betekenis. Je ego is je ‘oude mens’ of ‘lagere zelf’. Je ego is niet simpelweg een illusie die je moet of kunt ontkennen. Het is de vorm waarin je jezelf leert kennen in deze aardse wereld. Zonder ego wordt het lastig om je te oriënteren en te ontwikkelen. Maar het is wel een voorlopige vorm: een beginpunt, maar zeker niet bedoeld als eindbestemming. De weg die Jezus laat zien, is die van transformatie, van wedergeboorte. Niet letterlijk, maar innerlijk: van een mens die leeft vanuit angst, controle en afgescheidenheid naar een mens die geworteld is in liefde, vrijheid en verbondenheid. Hocus pocus, Pilatus pas, niet als magische toverformule, maar als diep inzicht in wie je bent en wie je kan en wil zijn. In een levenslang proces, dat niet vraagt om het bestrijden van je ego, maar om het continu doorlichten en omvormen ervan.
Daarbij is het essentieel om beide werkelijkheden, de materiële en de geestelijke, bloedserieus te nemen. Wie alleen het materiële erkent als echt, maakt een illusie van het geestelijke en verliest zijn ziel. Wie alleen het geestelijke omarmt als echt, maakt een illusie van het stoffelijke en verliest de grond onder zijn voeten. De echte illusie is niet het één of het ander, maar de ontkenning van hun samenhang! We leven in een wereld van dualiteit: licht en donker, goed en kwaad, liefde en angst. Die tegenstellingen zijn geen fouten in de geschapen wereld, maar richtingaanwijzers voor ons leven. Zoals de lijnen langs een weg ons helpen koers te houden, zo helpen deze polariteiten ons om bewust te worden. Bewust van de eenheid van alles. Ze laten ons ervaren wat we niet zijn, zodat we kunnen ontdekken wat we wél zijn. Als ware middelaars tussen hemel en aarde. In het juiste midden. Waar alle tegenstellingen ‘overwonnen’ zijn.
Wat als jij Pilatus was?
Goede Vrijdag symboliseert dan ook meer dan alleen het lijden van één man. Het is het archetypische moment waarop je oude, onbewuste zelf sterft. Waarop alles wat gebaseerd is op angst en illusie aan het licht komt en zijn houdbaarheid verliest. Het is pijnlijk, confronterend en onvermijdelijk. Pasen is het antwoord daarop. Niet als een historisch wonder, maar als innerlijke mogelijkheid. De opstanding staat voor de geboorte van een nieuw bewustzijn: een mens die zichzelf kent, die de balans heeft gevonden tussen het aardse en het goddelijke, en die vanuit die eenheid leeft.
De confrontatie tussen Jezus en Pilatus vindt plaats in ieder van ons. Elke keer wanneer je dondersgoed weet wat waar is, maar toch kiest voor gemak. Voor de weg van de minste weerstand. Over de zwaargewonde rug van je medemens heen. Elke keer wanneer je de stem van je hart verraadt om erbij te horen of om iets te behouden. Probeer je eens in te leven in de figuren van Pilatus en Jezus. Wat zou jij zeggen, als je Jezus was? En wat zou jij doen, als je Pilatus was?
© Anthonie Roose