Er zijn van die zinnen die zo vaak herhaald zijn dat ze als vanzelf waar lijken. Zoals een liedje dat je nooit mooi vond, maar dat na duizend keer toch in je hoofd blijft hangen. ‘Jezus is gestorven voor jouw zonden’: dat klinkt warm, bijna troostend. Maar als je het voorzichtig uitpakt, laag voor laag, blijkt het minder een geschenk en meer een psychologische tijdbom.
Stel je voor dat je een kind bent. Je zit aan tafel je boterham met hagelslag te eten. En iemand zegt: ‘Jezus is je beste vriend.’ Je wordt er warm van. Maar dan komt het tweede deel, vaak subtiel verpakt: ‘Hij moest sterven… door jou.’ Je verslikt je bijna in die hagelslag. Wacht even. Ik? Ben ik nu een moordenaar? Maar ik heb nog niet eens iets gedaan. Ik heb alleen gisteren een snoepje gepikt en mijn zus geplaagd.
Geliefd, maar schuldig
Welkom in de wereld van aangeboren schuld. Schuldgevoel zit in onze genen ingebakken. Het is een wonderlijke constructie: je bent geliefd, maar ook schuldig. Je bent kostbaar, maar tegelijkertijd de reden dat iemand gemarteld moest worden. God houdt zoveel van me dat hij niet anders kan dan zijn eigen zoon te laten doden, op Goede Vrijdag. Als dit liefde is, dan hebben we een heel bijzondere definitie van liefde ontwikkeld.
Talloze psychologen en therapeuten hebben aan deze religieuze schuldfabriek goud verdiend. Zij mogen de brokstukken opruimen van een idee dat diep in de ziel snijdt. Een mens die gelooft dat hij fundamenteel verkeerd is, hoeft niet eens meer gecorrigeerd te worden. Dat doet hij zelf wel. Beter gezegd: die veroordeelt zichzelf voortdurend. Hoe kan je ooit van jezelf leren houden, als je denkt dat je al vanaf de bevruchting een misbaksel bent?
Schuldig, maar hulpeloos
En dan kijken we verbaasd naar plekken waar religie diep geworteld is, zoals een gemeenschap op Urk. Waar de kerken vol zitten en de regels streng zijn. Maar waar tegelijkertijd achter gesloten deuren alles gebeurt wat zogenaamd verboden is. Drank, drugs, seks: het hele pakket. En iedereen weet het. Iedereen zwijgt erover. Want als je toch al schuldig bent vanaf je geboorte, wat maakt een beetje extra zonde dan nog uit?
Het is alsof je iemand vertelt dat hij al failliet is en hem daarna vraagt om netjes met geld om te gaan. De motivatie verdwijnt. Schaamte en schuldgevoelens groeien als kool. En in die schaamte ontstaat schijnheiligheid. Niet omdat mensen slecht zijn, maar omdat ze gevangen zitten in een veelkoppig drakensysteem waarvan ze nooit kunnen winnen. Je bent al bij voorbaat een verliezer, als je gelooft in deze misschien wel grootste leugen op aarde.
Schuldfabriek 2.0
Wat mij misschien nog het meest fascineert, is hoe dit patroon zich heeft uitgebreid buiten de kerk. De staat heeft het stokje moeiteloos overgenomen. Je wordt geboren en hop: daar is de wirwar van regels. Wetten waarvan je de zin volledig ontgaat. Wetten waarvan je het bestaan niet kent, maar die je wel kunt overtreden. Belastingen, studieschulden, hypotheken. Voor je het beseft sta je al volop in de min.
Je leeft keurig volgens de regels, en je denkt: ik ben een goed mens. Maar ergens diep van binnen knaagt het: het is nooit genoeg. Er is altijd nog wel iets dat je over het hoofd hebt gezien. Nog een regel, nog een norm, nog een schuld die betaald moet worden. De staat is schuldfabriek 2.0. In nauwe samenwerking met de media. En wij maar vruchteloos proberen het goed te doen. Je leven lang werken om van je schulden af te komen: is dat leven?
Stop het martelmantra
Maar wat als dit hele fundament niet blijkt te kloppen? Wat als de mens niet begint als schuldig wezen, maar als iets heel anders? Iets vrijs, iets opens, een blanco blad, iets wat nog gevormd mag worden in plaats van iets wat eerst gebroken en geketend moet worden? Wees eerlijk: een liefde die begint met een executie en die eindigt met eeuwige schuldgevoelens, dat is toch geen liefde waar een mens van opbloeit?
Zolang het martelmantra van de kerk blijft klinken dat iemand moest sterven door jouw schuld, blijven we een verhaal vertellen dat kleine kinderen niet kunnen dragen en dan vooral de hypergevoelige. En volwassenen ook niet, als ze eerlijk zijn. Het is een ingrijpende valse start van ons leven. Het wordt tijd om dat akelige liedje uit ons hoofd te krijgen. Om stil te worden en te beseffen: Ik ben zonder angst en zonder schuld. Ik ben gewoon… mens.
© Anthonie Roose