Home

Ze trokken rond, trapten de harde bodem open, verspreidden zaden via hun mest, aten het oude dorre gras weg zodat nieuw groen weer licht kreeg. Regenwater kon opnieuw de aarde binnendringen. Planten begonnen weer te groeien. Insecten keerden terug. Vogels volgden. Knaagdieren en roofdieren. Een ecosysteem begon zichzelf opnieuw op te bouwen. Onder het zand bleek al die tijd nog een verborgen geheugen van leven aanwezig. Niet de paarden alléén brachten het leven terug. Het leven lag al onzichtbaar in de aarde. Maar de paarden maakten het weer wakker. 

Het verborgen leven onder onze droogte

Mijn jongste zoon vertelde me dit verhaal op Hemelvaartsdag. Ik vind het een inspirerend verhaal en het doet me denken aan wat ik beleef bij het Pinksterfeest. Bij het aanzien van de wereld zoals die is, word je niet direct vrolijker. Misschien beleef je privé ook van alles waardoor je je bij de keel gegrepen voelt. Soms kan een mens van binnen op een woestijn lijken. Je leeft wel, maar alles voelt droog. Vermoeidheid. Teleurstelling. Cynisme. Angst. Routine. Alsof de bodem van je bestaan is dichtgeslagen. 

Maar Pinksteren zegt: onder de oppervlakte ligt nog steeds overvloed verborgen. Niet de uiterlijke overvloed van geld of succes, maar diepere overvloed: vertrouwen, verwachting en verbinding. Ofwel geloof, hoop en liefde. Zoals onder droog zand nog steeds zaden kunnen rusten, zo liggen ook in een mens verborgen krachten te wachten. Soms bijna vergeten. Soms jarenlang begraven. Pinksteren is het feest van het wakker worden van dat verborgen leven. Met Pinksteren kom je weer in je element. In het Pinksterverhaal komen opvallend genoeg alle vier de elementen naar voren: lucht, aarde, water en vuur. 

Geestelijke storm in ons aardse bestaan

Het verhaal begint met een stormachtige windvlaag. De geest komt als lucht in beweging. Adem. Prana. Wind. Ruimte. Het hogere dat het lagere aanraakt. In de Bijbel is geest nooit iets zweverigs. Het Hebreeuwse woord ruach betekent tegelijk geest, adem en wind. Alsof de mens pas werkelijk leeft wanneer er iets van een diepere adem door hem heen gaat. Pinksteren begint dus niet beneden, maar van boven. Niet vanuit menselijke controle, maar vanuit een beweging die ons overstijgt. Zoals wind over een dor landschap kan gaan en alles verandert.

Maar die geest komt niet ergens ver weg terecht. De wind daalt neer op gewone mensen. Angstige mensen. Twijfelende mensen. Falende mensen. Mensen van vlees en bloed. De hemel raakt de aarde. Het hogere zelf raakt het lagere zelf. Niet om het menselijke te vernietigen, maar om het te doordringen. Pinksteren is geen ontsnapping uit ons aardse leven. Juist het tegenovergestelde. De geest wil wonen midden in ons gewone bestaan: in onze woorden, in onze relaties, in onze lichamen, in onze gemeenschappen. Net zoals regen niet bedoeld is om boven de aarde te blijven hangen, maar om in de grond te trekken.

Stromen van levend water in onszelf

Dan gebeurt er iets bijzonders: drieduizend mensen laten zich dopen. Dat grote aantal onderstreept het beeld van Pinksteren als een explosie van nieuw leven, verbondenheid en overvloed. Waar eerst angst, afscheiding en geslotenheid waren, ontstaat ineens beweging, openheid en gemeenschap. Water is in alle spirituele tradities een teken van reiniging, overgang en nieuw begin. Oude ballast mag wegspoelen. Verharding mag zacht worden. Het leven mag weer gaan stromen. Water doet met je ziel wat regen doet met dor land.

Beleef je je leven als dor en droog, dan kun je zomaar dorst ervaren. Niet letterlijk, maar innerlijk. Een verlangen naar echtheid. Naar zin. Naar verbondenheid. ‘Zoals een hinde smacht naar waterstromen, zo dorst mijn ziel naar de levende God’, zingt Psalm 42. Deze psalm is een lied van verlangen tijdens innerlijke droogte: iemand die zich verlaten voelt, maar juist in dat dorstige verlangen de weg naar echtheid en overvloed blijft zoeken. Pinksteren zegt: er is water genoeg. Ons hart verbergt stromen van levend water.

Pinksteren wekt wakker wat verborgen was

En boven de hoofden van de ingewijde leerlingen van Jezus verschijnen vlammen van vuur. Vuur vernietigt, maar vuur zuivert ook. Het haalt weg wat dood is. Het maakt warm. Het geeft licht. Het verlicht. In het Pinksterverhaal brandt het vuur niet op de aarde, maar boven de mens. Alsof de mens zelf een levende fakkel wordt. Geen vernietigend vuur, maar bezieling. Het vuur van het oerpaard in ons, onze eigen paardenkracht. Het vuur van moed. Het vuur van liefde. Het vuur van waarheid. Het vuur van verwondering. Het vuur dat een mens van binnenuit levend maakt. Zoals een smeulende woestijn na regen ineens weer groen kan worden. 

Wat een gaaf feest is Pinksteren: het leven is nooit helemaal verdwenen! Wat een wetenschap: onder de droogte ligt nog steeds vruchtbaarheid verborgen! Onder je angst ligt verlangen te trappelen. Onder je cynisme ligt hoop te popelen. Onder onze verdeeldheid ligt de vurige menselijke hunkering naar liefde en verbinding. De geest van Pinksteren brengt niet iets totaal nieuws van buitenaf. Hij wekt wakker wat al verborgen aanwezig was. In jou. In de wereld. Zoals de paarden in China het landschap hielpen herinneren wat het ooit geweest was. Ieder mens draagt een vergeten maar weelderige tuin in zich. Pinksteren brengt het moment aan het licht waarop de wind weer gaat waaien over de zandvlakte.

© Anthonie Roose

Soms lees je een tekst uit de Bijbel of een ander inspirerend boek en blijft het gewoon tekst. Mooie woorden. Intrigerende beelden. Een raadselachtig visioen. Ken je dat? Maar soms gebeurt er iets anders. Soms leest de tekst jóu.

Soms komt een verhaal niet alleen je hoofd binnen, maar ook je léven. Alsof er ineens een deur opengaat tussen hemel en aarde. Alsof een oude symbolische taal plotseling begint te spreken in je eigen werkelijkheid.

Openbaring 10 is voor mij bij uitstek zo’n hoofdstuk. Een hoofdstuk vol donder, vuur, engelen, geheimzinnige stemmen en een klein geopend boekje. En midden in dat alles klinkt een boodschap die verrassend eenvoudig is: ‘Blijf niet lezen, maar ga leven!’