De Zon en de Maan gaan elk hun eigen baan langs de hemel. Tegelijk voeren zij samen een dans uit die zijn weerga niet kent. Ze zijn op elkaar afgestemd en floreren door hun gezamenlijk optreden, in een boeiend spel van aantrekken en afstoten. Ze kunnen niet zonder elkaar. Levensgroot tonen zij ons dagelijks tegen het decor van het firmament wie wij zelf zijn. Zij herinneren ons eraan dat wij twee naturen in ons hebben: een vrouwelijke en een mannelijke, een menselijke en een goddelijke.
De Zon is mijn Geest of onsterfelijke Zelf, dat geen onderscheid maakt tussen goed en kwaad. Onophoudelijk straalt het zijn krachtige stralen van liefde uit over alles en allen. Mijn Geest is mijn ongedeelde individualiteit, mijn volmaakte of heilige Geest ofwel hogere Zelf, mijn boeddhanatuur, christusbewustzijn, de bron van licht. De theoloog Paulus heeft het over de ‘pneumatische’ mens en de yogi Patanjali over Purusha. De Zon is nauw verbonden met de hemel, waarin zij schittert. De Zon is de Meester.
De Maan is mijn Ziel of sterfelijke Zelf, dat soms in al haar volheid aanwezig is en soms nergens is te bekennen. Tussendoor groeit of krimpt zij. De Maan is mijn karakter en omvat al mijn verlangens, al mijn gevoelens en al mijn gedachten. Mijn Ziel is mijn dualistische persoonlijkheid, mijn lerende aardse wezen of lagere Zelf. Paulus heeft het over de ‘psychische’ mens en Patanjali over Prakriti. De Maan is nauw verbonden met de aarde en haar wateren, die ze weerspiegelt. De Maan is de Dienaar.
Zoals de Maan verschijnt en weer verdwijnt, zo reïncarneert mijn Ziel. Net zo lang totdat de Zon volledig in haar opgaat. Het rad van geboorte, leven en dood, komt tot stilstand. Waar Zon en Maan met elkaar verenigd zijn als Shiva en Shakti, vallen Pinksteren en Pasen op één dag, de trouwdag van mijn nieuwe wedergeboren Zelf. Daar heb ik als man mijn anima gevonden en als vrouw mijn animus. Mijn Ziel is androgyn geworden, iets wat je nooit op fysieke wijze kunt bereiken, alleen spiritueel, in de Geest.
Ik zie mijn pure Zelf verbeeld in de Maagd of de Vrouw met de twaalf sterren van de dierenriem om haar hoofd, Maria of Isis. In de Tarot is zij de Keizerin, in Openbaring 12 de Hemelkoningin. Haar hart is omhuld met meester Zon en dienaar Maan heeft ze onder haar voeten. Dat is de enige juiste plaats voor de Maan. Ze beheerst de draconische gestalten van de Maan in zichzelf. Het warme en eeuwige licht van Zon is sterker dan het koude en tijdelijke licht van Maan.
De Rode Draak van haar schaduwkanten bedreigt de Maagd en het nieuwe Zelf waarvan ze zwanger is. Maar tussen Maagd en Schorpioen staat Weegschaal. De Vrouw hoeft zelf niet te vechten. Ze hoeft alleen maar haar zonnekleed te dragen. De aartsengel van de Zon, Michaël, vecht voor haar met zijn zwaard en weegschaal. Hij overwint de Draak die de Maan beheerst, zodat het Kind van de maagdelijke Moeder geboren kan worden. Eenmaal volwassen geworden, manifesteert haar maagdelijk geboren Zoon zich als de Prins op het Witte Paard (Openbaring 19), mijn intuïtieve zelfbewustzijn.
© Anthonie
