De dag erna, op 5 mei, vieren we onze vrijheid. Met festivals, vlaggen, muziek en speeches. Van de stilte naar het feest, van rouw naar opluchting. Maar ergens tussen die twee dagen zit een confronterende vraag verstopt. Want terwijl we op 4 mei fluisteren: ‘Nooit meer oorlog,’ roepen we op 5 mei, iets minder fluisterend: ‘We moeten ons beter bewapenen!’
Meer veiligheid door bommen?
Het is een fascinerende paradox. We herdenken slachtoffers van oorlog: mensen die zijn omgekomen door geweld, door drones en kogels, door bommen en granaten, door politieke keuzes waar ze zelf geen invloed op hadden. Mensen die, zonder keuze, onderdeel werden van een conflict dat groter was dan henzelf.
En tegelijk groeit de roep om méér veiligheid. Een sterker leger, meer wapens, meer oorlog. Want ja, de wereld is onrustig. Dat klinkt logisch, tot je één stap achteruit zet. Want wie vormen uiteindelijk dat leger? Wie worden er opgeroepen als het echt misgaat? Wie liggen onder die bommen als ze vallen? Zijn dat niet dezelfde mensen die op 4 mei stilstaan?
Wapenwedloop als businessmodel
Er zit nog een laag onder deze paradox. Oorlogen worden gewoonlijk niet gevoerd door idealen, maar er zijn volop belangen. Economische belangen. Strategische belangen. En industriële belangen. De wapenindustrie draait niet op vrede. Die draait op dreiging en angstaanjagerij. Burgerlijke sneuvelbereidheid komt hen goed uit.
Ook leveren dezelfde systemen, direct of indirect, aan beide of meerdere kanten van een conflict. Zo werkt het systeem nu eenmaal: vraag en aanbod, maar dan met staal en explosieven. Het geld moet blijven rollen. Het resultaat is een wereld waarin veiligheid wordt gezocht in middelen die tegelijkertijd de onveiligheid voeden.
Minder spectaculaire uitdaging
Op 5 mei vieren we vrijheid alsof het iets is dat ons gegeven wordt. Alsof het komt van verdragen, regeringen of legers die ons ‘beschermen’. Maar echte vrijheid voelt totaal anders. Die zit niet in grenzen en vlaggen, maar in de gegeven ruimte om zélf te denken, zélf te kiezen, zélf te leven. Ook als dat schuurt met wat ‘van bovenaf’ verwacht wordt.
Vrijheid kan nooit iets zijn wat je moet bevechten met wapens. Vrijheid is iets wat je moet trainen in het dagelijks leven. Die training is een stuk minder spectaculair dan allerlei wapengekletter, maar wel veel uitdagender. Het zit hem in de schijnbaar kleine dingen: zelf nadenken in plaats van klakkeloos volgen en vragen stellen waar geen vragen gewenst zijn.
Weer keihard ‘nee’ durven zeggen
Soms is het noodzakelijk om krachtig ‘nee’ te zeggen waar als vanzelfsprekend ‘ja’ verwacht wordt. Het woordje ‘nee’ zijn we als lamgeslagen, beschonken, volgevreten, gedrogeerde en geïndoctrineerde bevolking een beetje verleerd. Een flinke shot burgerlijke ongehoorzaamheid zou ons niet misstaan. De wereld snakt ernaar.
Waar zitten onze vijanden? Wat als de grootste dreiging voor vrijheid niet zozeer van buiten komt, maar juist van binnenuit, uit systemen waar we zelf deel van uitmaken? Wat als ons gevoel van veiligheid niet groeit door méér controle en méér macht, maar juist door vertrouwen, verantwoordelijkheid en bewustzijn?
Geen sneuvelbereidheid meer
Dat is geen comfortabele gedachte en zeker geen eenvoudige oplossing. Maar 4 en 5 mei bestaan niet voor niets naast elkaar. De ene dag herinnert ons aan wat er mis kan gaan. Stel, dat niemand nog sneuvelbereid is en zich niet meer laat verleiden om naar het slagveld te gaan? Zou dat niet een mooi begin kunnen zijn van een wereld vol vrede en vrijheid?
De andere dag nodigt ons uit om na te denken over wat vrijheid werkelijk betekent. Stel, dat niemand de loze beloften en de vrijheidsbeperkende wetten van politici nog serieus neemt? Dat iedereen zijn of haar eigen hart op de troon zet en alleen nog wil leven vanuit de wet van de liefde? Dit is overigens precies wat de inhoud is van het vaak onbegrepen Pinksterfeest.
Wat als…
Dus terwijl we stilstaan bij alle oorlogsslachtoffers en daarna onze vrijheid vieren, stel jezelf dan eens de volgende vraag, al is het maar twee minuutjes: ‘Hoe leven we onze vrijheid, hier en nu, zonder haar onbewust uit handen te geven?’ Wat als de grotere systemen ons daarbij niet ondersteunen, maar ons juist in de weg zitten? Wat als vrijheid gewoon begint in onszélf?!
© Anthonie Roose