De juliaans-gregoriaanse kalender die we in het grootste deel van de wereld gebruiken, geeft niet veel ruimte aan onze praktische perceptie van de dierenriem en van de vier seizoenen. Deze kalender is een onnodige chaos met maanden van 30 of 31 dagen, de start van een nieuw jaar midden in de winter en de tweede maand direct al als een restmaand met 28 en in schrikkeljaren 29 dagen. Het is ook jammer dat de twaalf zonnetekens van de dierenriem niet gelijk op lopen met de maanden, wat onze zodiakale beleving niet echt stimuleert.
De anthoniaanse kalender
Er is wat voor te zeggen om een maankalender te volgen met dertien maanden van precies vier weken, met een extra dag buiten de tijd zoals de Maya’s die ook kenden. Dit lijkt beter te passen bij de omloop van de maan en bij de gemiddelde menstruatiecyclus van vrouwen. De dertiende maand kan daarbij astrologisch gekoppeld worden aan het dertiende sterrenbeeld van de zodiak Slangendrager (Ophiuchus). Dit sterrenbeeld zou dan een plaats hebben tussen Schorpioen en Boogschutter, maar omdat het net buiten de energiebaan van de andere zodiakale tekens valt, is het nooit opgenomen in de dierenriem.
Ook kent een jaar meestal slechts twaalf en maar eens in de twee à drie jaar dertien volle manen (de dertiende volle maan heet een ‘blauwe maan’), waardoor het voordeel van de 28 maanddagen grotendeels weer vervalt. Het zou wenselijk zijn om een kalender te kunnen volgen die zowel op de loop van de zon als op die van de maan is gebaseerd, maar dit is voor zover ik kan zien onmogelijk te realiseren zonder voortdurend correcties toe te moeten passen. De eerste wijdverbreide lunisolaire kalender was van de Babyloniërs. De nog steeds gangbare joodse lunisolaire kalender komt wellicht het dichtst in de buurt van zo’n combikalender. Nadeel van die joodse kalender is dat deze om de zoveel tijd ook weer flink gecorrigeerd moet worden om alles kloppend te maken, zoals het regelmatig toevoegen van een extra lentemaand.
De zonnekalender die het grootste deel van de wereld nu volgt, voldoet aan het vereiste dat een jaar 365 dagen telt (met om de vier jaar een extra dag). Maar deze kalender is wel voor verbetering vatbaar. Achter de getallensymboliek van de Apocalyps gaat Johannes uit van 360 dagen voor een jaargang en 30 dagen voor een maand. Dit is een goed uitgangspunt. Daarnaast is er het gegeven dat onze praktische beleving van de seizoenen en van de sterrenbeelden veel beter in de kalender verwerkt mag worden. Hiervoor zijn eigenlijk maar enkele eenvoudige wijzigingen van de bestaande kalender nodig.
Ik heb een opzetje gemaakt voor een ‘anthoniaanse’ kalender, die aansluit bij oude kalenders en die ook nadrukkelijker aansluit bij de vier seizoenen. De maanden kunnen hierin hun oude naam behouden of ze kunnen eventueel een voorgestelde (meestal reeds bestaande) Nederlandse naam krijgen. De maanden van elk precies dertig dagen sluiten vrijwel naadloos aan bij de periodes dat de zon de sterrenbeelden doorkruist. Aan het begin van elk seizoen is er ruimte voor een feestdag die buiten de vaste maandtijd valt. Bij de overgang van het oude naar het nieuwe jaar, dus bij het aanbreken van de lente, is er plaats ingeruimd voor twee feestdagen en in schrikkeljaren drie feestdagen (tabel 28).
(pagina 189-190 uit Anthonie Roose: ‘Ik ben het zelf! De komst van de messias volgens de Apocalyps’)
© Anthonie Roose
