Is werken aan jezelf egoïstisch?

Is werken aan jezelf egoïstisch?

Van christenen krijg ik soms te horen, dat ik met mijn focus op de ontwikkeling van mijn zelf aan navelstaarderij doe. Het zou een vorm van egoïsme zijn en ik zou op die manier geen aandacht hebben voor mijn medemens, wat toch de ‘gouden regel’ is in de bijbel, namelijk: ‘Heb je naaste lief als jezelf’. Met al die aandacht voor jezelf blijft er weinig of geen ruimte meer over voor het goed doen aan je medemens, zo is dan de vooronderstelling. En omdat ik mezelf niet christelijk noem, maar spiritueel, word ik voor het gemak ook direct maar in de New Age-achtige hoek geplaatst, wat daar dan ook maar onder verstaan wordt.

Ik doe liever helemaal niet mee aan het categoriseren van mensen. Zelf behoor ik tot geen enkele groep, ook al beweeg ik me tussen allerlei soorten mensen. Op de middelbare school voelde ik me thuis in verschillende groepen, zoals de grefo’s, de socio’s en de kakkers. Ik kan me onmogelijk aan één beperkte groep overleveren. Ik ben niet in te delen. Ik laat me ook niet in een hokje zetten. Dat is in de loop der jaren alleen nog maar veel sterker geworden. Ik ben gewoon een mens. Een mens die probeert mens te zijn tussen de mensen en tussen de dieren. 

Ik ben christelijk opgevoed en tussen de vele vragen die ik over geloof had, was één ding zonneklaar: het is heel belangrijk dat je ‘goede werken’ doet voor je naaste mens. Door mijn obsessieve focus op altruïsme heeft mijn eigen ziel tekortgeschoten, zo weet ik nu. Maar ook mijn medemens heb ik daarmee tekort gedaan! Want hoe kan je iemand goed helpen, als je jezelf niet goed kunt helpen? Hoe kan een blinde een blinde leren kijken? Je loopt samen het ravijn in. In het vliegtuig wijst de stewardess er niet voor niets op dat je eerst jezelf moet redden en dan pas je kind. Dat is de juiste volgorde.

‘Heb je naaste lief zoals je zelf’. Het is zo voor de hand liggend. Zelfliefde en zelfzorg zouden vanzelfsprekend moeten zijn volgens deze spirituele regel. Iedere situatie waarin die ruimte er niet is, is verstikkend voor een mens, zeker op de lange duur. Gedwongen of vrijwillig vlucht je weg voor de roerselen van je ziel, voor de roepende en fluisterende stemmen in je hart. Je leeft niet vanuit je eigen hart en zo verlies je je zelf. Leer je echter je zelf kennen zoals je echt bent, dan ga je ontdekken dat je ziel gedragen wordt door de liefde zelf. Meedeinend op de golven van de onvoorwaardelijke oceaan van liefde trek je als vanzelf anderen mee. Dat is geen exclusief talent van christenen of New Agers, het is gewoon algemeen menselijk. Liefde ontvangen en delen is ware spiritualiteit.

Iedereen die serieus aan zichzelf gaat werken door zichzelf te leren kennen, doet het beste wat je kunt doen als mens op aarde. Je bent meer dan een kunstenaar, namelijk een levenskunstenaar, iemand die zichzelf boetseert en creëert. Michelangelo Buonarroti zag zijn ‘David’ al in het enorme blok Carrara-marmer dat hij ervoor gebruikte. Hij hakte hele stukken marmer weg, tot zijn beroemde creatie overbleef. Feitelijk maakte hij niets nieuws. Hij haalde alleen maar weg, wat overbodig was. 

Aan de Boeddha werd eens gevraagd wat hem al zijn uren mediteren eigenlijk opleverde. ‘Helemaal niets’, zei hij laconiek, ‘ik verlies alleen maar, namelijk mijn angsten, mijn boosheid, mijn frustraties, mijn begeerten, mijn onhebbelijkheden, mijn schuldgevoelens, mijn schaamte, mijn haat, mijn oordelen…’. En dat is precies alles wat nodig is om een goed, liefdevol en plezierig mens te zijn te midden van de andere mensen en dieren. Het is fijn voor jezelf en het is fijn voor de ander. Er bestaat helemaal geen tegenstelling tussen zelfliefde en naastenliefde. Ze zijn broertje en zusje van elkaar.

Mijn eerste naasten zijn zij die geen stem hebben en niet voor zichzelf kunnen opkomen, de naamlozen. Zij die vertrapt en misbruikt worden. Bij deze naasten horen ook de vervolgde dieren. Zij hebben geen stem, zoals de mensen. Zij kunnen niet voor zichzelf opkomen zoals mondige mensen. Een van de grootste vormen van onrecht op aarde is dat wij mensen denken onze medeschepselen de dieren te kunnen uitbuiten en zelfs te kunnen slachten en eten. Toen ik mezelf leerde liefhebben, kon ik op een gegeven moment onmogelijk nog vlees eten. Het lukte niet meer. Onmogelijk. Ik zou liegen als ik zei dat ik spiritueel was, wanneer ik er tegelijkertijd geen been in zag om vlees te eten. Ik stelde mijzelf de vraag: waar ben ik in vredesnaam mee bezig door te denken dat ik niet zonder mijn lekkere dagelijkse stukje vlees zou kunnen, waar ik zo aan verknocht was? Ik liet elk aspect ervan tot me doordringen en mijn hart dwong mij te kiezen. 

Als vleeseter krijg je niet alleen de doodsangsten van de geslachte dieren in je bloed, maar ook de antibiotica en de uitwerkingen van de vaccinaties die we de dieren al zo lang aan doen. Het leed dat we dieren aandoen, kunnen we direct stoppen door geen vlees en andere dierlijke producten meer te nuttigen. Mijn vrouw bewijst dat ze heerlijke en voedzame (ayurvedische) maaltijden op tafel kan zetten zonder gebruik van vlees of zuivelproducten. Zij is mijn topkok en verdient drie sterren. Mahatma Gandhi zei, dat ‘de beschaving van een samenleving valt af te meten aan de wijze waarop ze omgaat met dieren.’ Daarin sloeg hij de spijker op zijn kop. Het is ten hemel schreiend hoe de mens met dieren om gaat. Het is de hoogste tijd dat dit grote kwaad gaat stoppen. 

Waarom maken we ons niet net zo druk om de verschrikkingen in slachthuizen om de hoek als om oorlogen voorbij onze grenzen? Tijdens dodenherdenking kun je denken aan al die mensen die in zinloze oorlogen van machtsbeluste en nietsontziende mensen hun leven gaven. Je kunt daarbij ook eens denken aan die ontelbare onschuldige dierslachtoffers, die alleen maar voor ons menselijk genot hun leven gaven. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer wij mensen de dieren met rust laten, we in vrede met ze zullen leven. De vleeseters onder de dieren zullen zich aanpassen aan de mens die hen leert dat ook zij zonder het vlees kunnen van hun medeschepselen. En als mensheid zullen we niet langer door onze lagere emoties gestuurd worden. 

Haat en oorlogen, uitbuiting en uitsluiting: het zal allemaal verdwijnen. De hemel zal de aarde zegenen op de dag dat de mens zijn laatste stuk vlees verteerd heeft. Die bevrijdingsdag wil ik graag vieren. Ik zie het al helemaal voor me. Ik zie mezelf weer zonder kotsgevoel door de supermarkt of de biowinkel lopen zonder geconfronteerd te worden met al die stukken kadaver verpakt in plastic. Ik kan eindelijk weer naar een restaurant waar op de menukaart geen dierengeweld terug te vinden is in de vorm van vleesmenu’s en ik weer eens kan kiezen tussen verschillende menu’s, zoals de vleeseters vroeger. Ik ben niet langer in een paradoxale wereld waarin het ene dier geknuffeld wordt en het andere zonder pardon de keel wordt doorgesneden. Om zo’n wereld te realiseren is er heel veel bevrijdende zelfliefde nodig. Doe je mee?

Anthonie Roose

(schrijver van IK BEN HET ZELF! – De komst van de messias volgens de Apocalyps)