‘Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen’, zingt David in Psalm 32. Maarten ‘t Hart maakte daarvan: ‘Wie God verlaat, heeft niets te vrezen’. En Lenny van Biemen-Joosse schreef een pareltje onder de titel: ‘Ik verliet God niet’. Openhartig vertelt zij daarin hoe zij opgroeide in de Gereformeerde Gemeente en uiteindelijk gebroken heeft met deze kerk. Heel raak weet zij op een aansprekende en eenvoudige manier te verwoorden waar je in zo’n proces allemaal mee te maken krijgt. De tegenstrijdige gevoelens, de onvermijdelijke reacties, de eenzaamheid en de uiteindelijke ommekeer. Voor veel kerkverlaters kan en zal haar verhaal heel herkenbaar en daarom helpend zijn.

'Ik verliet God niet'


HET VERHAAL VAN EEN KERKVERLAATSTER

Ik voel een diepe verwantschap met Lenny. We zijn beiden opgegroeid in Zeeland, in een streng gereformeerd gezin. We stelden beiden al vroeg vragen bij het geloof: vragen die je niet mocht stellen. We hebben beiden eindeloos geworsteld met de waarheid en uiteindelijk de kerk van onze jeugd verlaten. Beiden hebben we een flirt gehad met ‘evangelische’ kerken, die ook niet brachten wat je van een gemeenschap van liefde kunt verwachten en die minstens zo dwingend kunnen zijn als gereformeerde kerken. Ook wat relaties betreft hebben we soortgelijke paden gelopen, zo lijkt het. En uiteindelijk hebben we ons (spirituele) pad toch gevonden. Aan de hand van Jezus, geborgen in het goddelijk universum.

Het is treffend hoe Lenny laat zien dat zij nooit met God gebroken heeft toen zij de kerk verliet, ook al probeert de kerk jou dat te laten geloven. Ze heeft alleen een bepaald godsbeeld losgelaten en daarmee God juist gevonden. Zonder persoonlijke verwijten benoemt zij de schijnheiligheid van de kerk, de geschreven en wellicht meer nog de ongeschreven regels, de voortdurende angst voor de hel, het niet om kunnen gaan met seksualiteit met alle gevolgen van dien, de continue roddel en laster, de afwijzing en uitsluiting. Ze kan zelfs dankbaar zijn voor wat anderen daarmee aan haar spiegelden. Dat vind ik knap. In heel haar doorleefde schrijven proef je volop de liefde en de vrijheid die zij in haar leven gevonden heeft. 

Van klacht naar kracht

Hiermee is dit boek een confronterende spiegel voor de gevestigde kerken, die nog veel andere ‘Lenny’s’ in hun midden hebben: kinderen, jongeren en volwassenen die (soms al heel jong) worstelen met de sektarische dwang die hun leven verschrikkelijk beperkt en verhindert dat zij opbloeien als zelfbewust mens. Sinds de uitgave van mijn boek ‘Ik ben het zelf’ heb ik talloze reacties gekregen van lezers die hun persoonlijke verhaal delen, waaruit blijkt hoeveel er in stilte geleden is en nog steeds geleden wordt onder het dak van de kerk. Het is soms moeilijk je ogen daarbij droog te houden. De weg die Lenny wijst is die ‘van klacht naar kracht’: je kunt goud maken van wat niet goed was. 

Lenny laat zien dat ieder mens een kind van God is en dat er geen sprake is van een speciale ‘uitverkiezing’. Stel je voor dat we dat als mensheid weer opnieuw gaan leren en beleven met elkaar… dat de kerken weer zouden transformeren in levende broedplaatsen en vuurhaarden van vrijheid en liefde, vreugde en dankbaarheid, authenticiteit en kwetsbaarheid, innerlijke kracht en dankbaarheid, respect en empathie, zoals in de begintijd van de beweging van de ‘mensen van de weg’ die gegrepen waren door ‘het verhaal van Jezus’. Zonder de kerkelijke dogma’s en structuren, zonder de priesters, predikanten en kerkenraden die zich tussen God en leek stellen, maar in een vorm van samenleven waarbij ieder ertoe doet en waarin overtuigingen ondergeschikt zijn aan onderlinge verbondenheid en gezamenlijke beleving van het leven zelf. Ik denk dat de hele samenleving daar baat bij zou hebben en dat dit zelfs dodelijk is voor het geloof in de politiek als de meest verbreide religie op aarde.

© Anthonie Roose

https://touchingsoul.nl/